Harlingen

Harlingen heeft als enige Friese plaats een zeehaven. Alles in deze goed geconserveerde oude havenstad herinnert aan een verleden (en wijst op een heden) van scheepvaart, handel en visserij. 

Of er nu een vriendelijk briesje staat of een gierende storm door de straten trekt, altijd voert de wind de geuren van de zee mee.

Meer dan 500 monumenten telt de stad. Dit is mede te danken aan de Hein Buisman Stichting, die historische panden koopt, restaureert en weer verkoopt, bijvoorbeeld in de buurt rondom de Zoutsloot. 

Maar er zijn meer plaatsen in Harlingen waar je je met een beetje verbeelding enkele eeuwen terug in de tijd waant. Wie langs de Noorderhaven wandelt, krijgt al een aardige indruk.

Om te beginnen zijn er de vele pakhuizen met namen als Brittania, Java, Sumatra, Polen en Rusland, die verwijzen naar de landen waarop werd gevaren. Dan is er het stadhuis uit 1730 op nummer 86. Hoog boven de ingang verslaat St. Michaël, schutspatroon van de stad, nog dagelijks de draak. Ten slotte is er het woonhuis aan de Noorderhaven 29, waar dominee Barger omstreeks 1890 uit jaloezie het naaistertje Kato Mirande vermoordde. Deze crime passionel kreeg zoveel aandacht, dat er een liedje over werd geschreven met het refrein:

Ta-ra-ra-boemdijee,

de blikken dominee,

die schoot met kruit en lood,

zijn mooie naaister dood.