Noordoost

Noordoost

De hoogste terp van Nederland is die van Hegebeintum. In het bezoekerscentrum wordt de geschiedenis uit de doeken gedaan. De tegenwoordige verhoging is nog maar een klein deel van de oorspronkelijke terp, die in de 19e eeuw grotendeels werd afgegraven.

 De terp van Hegebeintum stamt uit de 6e eeuw voor Chr. Op de terp werd gewoond en werd kleinschalige akkerbouw bedreven, op de lagere gronden werd het vee geweid. Bij dreigende overstromingen werd het vee natuurlijk binnengehaald. De terp werd voortdurend opgehoogd met mest en kwelderzoden. Na de aanleg van de dijken vanaf de vroege middeleeuwen verhuisden de agrarische bedrijven langzamerhand van de terpen naar het open veld. In de 19e eeuw zijn de meeste terpen afgegraven, voornamelijk vanwege de buitengewoon vruchtbare grond die voor veel geld kon worden verkocht.

Nog steeds liggen er veel terpen verspreid in het landschap, inclusief kerk en terpdorp, al is er later, tijdens de terpafgravingen, veel waardevols verloren gegaan.

 

De dijkaanleg is uitgevoerd in drie fasen. Eerst zijn kaden aangelegd om dorpsterritoria met elkaar te verbinden. Daarna kwamen de ringdijken rond grotere gebieden als bescherming tegen de zee. In de derde fase werd de zee ook teruggedrongen en vond landaanwinning plaats. 

In de middeleeuwen begon men met de systematische aanleg van dijken. Dit gebeurde op initiatief van de lokale bevolking, later ook van de Friese landsheren, het provinciaal bestuur en de kloosters. Naast de zeedijken zijn verder landinwaarts de slaperdijken, vroegere tweede beschermingslagen, te herkennen.

Na de dijkaanleg zijn veel terpen afgegraven. Wat overbleef is een zeer laag en weids landschap met hier en daar nog een terp en aan de horizon vroeg of laat de zeedijk. 

Het grootste deel van dit gebied bestaat uit weilanden met koeien en schapen, en vruchtbare akkers van vette klei, waarop voornamelijk aardappelen, bieten en graan worden verbouwd.